Hoe gaat Lars van Hoeven om met wedstrijdspanning

  • Geplaatst op
  • Door Lars van Hoeven
Hoe gaat Lars van Hoeven om met wedstrijdspanning

Vorige week was het NK-Junioren waar Lars van Hoeven zilver behaalde op de 800m. De afgelopen jaren heeft Lars een mooie progressie gemaakt. De juiste balans vinden in goede wedstrijdspanning is een kunst. Lees in de onderstaande blog hoe Runsupplies atleet Lars van Hoeven omging met de spanning van het Nederlands Kampioenschap

Iets meer dan een week geleden stond ik aan de start van de 800 meter bij het NK-junioren. Dit was een van de belangrijkste momenten van mijn seizoen. Ik heb nu al aan de start gestaan van vele Nederlandse Kampioenschappen en ook al meerdere medailles behaald, maar het gevoel dat bij zo’n wedstrijd naar boven komt blijft nog steeds bijzonder. De zenuwen komen in de week van het NK al voorzichtig om de hoek kijken en stapelen zich langzaam op. Waar ik veel zin in een (belangrijke) wedstrijd kan hebben op het moment dat de wedstrijd nog ver weg is, sta ik op de wedstrijddag vaak op het warming-up terrein met het idee: ‘ik ben blij als dit voorbij is’.

 

Eigenlijk is dit heel gek want alle trainingen die ik doe staan in het teken van dit soort wedstrijden. Je zou dus verwachten dat, als de wedstrijd dan eindelijk daar is, ik sta te popelen om te laten zien hoe goed ik hiervoor getraind heb, maar niets is minder waar. Hoe fijn het gevoel me ook lijkt om niet zenuwachtig te zijn voor een wedstrijd, ik ben toch blij als ik zenuwen voel. Ik weet namelijk dat deze zenuwen ervoor zorgen dat ik beter ga presteren. Op het moment dat ik zenuwachtig ben weet ik dat mijn lichaam er klaar voor is om iets bijzonders te gaan presteren.

 

Natuurlijk is er een bepaald optimum in wedstrijdspanning. Net als te weinig spanning is te veel spanning ook niet goed. Ik ben steeds meer aan het leren hoe ik mijn zenuwen voor de wedstrijd op het ‘perfecte’ niveau kan krijgen. Ik weet dat ik door rustig adem te halen (zes seconden in via de neus, even vasthouden, zes seconden uit via de mond) iets relaxter kan worden tijdens de warming-up of in de callroom. Daarnaast zorg ik dat, als ik afdwaal naar negatieve gedachten over de wedstrijd, ik mij weer ga focussen op dingen waar ik wel wat aan heb. Dat zijn bijvoorbeeld gedachten aan goede trainingen die ik heb afgewerkt en positieve ervaringen uit eerdere wedstrijden. Dit leidt tot vaak het besef: ‘dit kan ik en dit is wat ik leuk vind’.

 

Ook tijdens de wedstrijd ligt het gevaar van negatieve gedachten op de loer. Ik heb vaak genoeg een wedstrijd verloren doordat ik een fractie van een seconde dacht: ‘shit, ik ben nu al moe en ben nog niet eens halverwege’. Ik zou het heerlijk vinden om mijn gedachten soms volledig uit te schakelen tijdens een wedstrijd, maar ik weet ik hiervoor veel te veel nadenk. Het beste wat ik kan doen is zorgen dat mijn gedachten (die ik toch heb) ‘helpende gedachten’ zijn. Zo herinner ik mezelf weer aan mijn raceplan als ik merk dat mijn helpende gedachten veranderen in negatieve gedachten. Dit doe ik met behulp van korte kreten als: ‘ontspannen pas’ en ‘hoog ritme’.

 

lars van hoeven

 

Waar ik eerder nog wel eens compleet blokkeerde door de spanning, merk ik dat dat tegenwoordig niet meer gebeurt. Natuurlijk zijn er nog steeds momenten waarop het even niet zo goed lukt als andere momenten. Maar het onder de knie krijgen van het mentale aspect tijdens wedstrijden is niks anders dan het leren van bepaalde fysieke technieken. Ook op het mentale gebied lukken eerst dingen in trainingen voordat ze in de wedstrijd lukken en net als dat iemand toch af en toe bij een wedstrijd nog een technische fout in de loopstijl maakt waarvan je dacht dat die al voorgoed verdwenen was, komen ook mentale ‘fouten’ zo nu en dan nog terug. Als het goed is (en dat hoop ik dan ook te gaan ervaren) gebeurt dit echter steeds minder vaak omdat je getraind raakt in het creëren van de optimale spanningsboog en het sturen van je gedachtes.

 

Oke. Dan nog even terug naar mijn NK. Hoewel ik een goede dosis spanning had, wist ik helaas niet te winnen. Natuurlijk wilde ik strijden voor de winst maar de winnaar was duidelijk sterker dan ik dus ik moest genoegen nemen met het zilver. Tot nu toe heb ik een erg goed seizoen gehad waarin ik mijn persoonlijk record op de 800 meter ten opzichte van vorig jaar al met meer dan drie seconden heb aangescherpt tot 1:50.18 minuten. Het lijkt mij dus een mooi doel voor de rest van het seizoen om onder de grens van de 1:50 minuten te duiken, maar in de kern blijf ik nog steeds hetzelfde doen: zorgen dat ik mijn taken in de race zo goed mogelijk uitvoer en dan zie ik vanzelf op welke tijd de klok stopt.

 

 

runsupplies

 

 

Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »